Afdrukken
Het DEPF krijgt van de deelnemers een voldoende voor de communicatie, maar er is ruimte voor verbetering. Slechts weinig deelnemers weten wanneer ze zelf in actie moeten komen voor hun pensioen en het vertrouwen in het pensioenfonds en het bestuur moet groeien.

Dit zijn een paar belangrijke conclusies uit het deelnemersonderzoek dat het DEPF in januari en februari 2019 hield onder de deelnemers. Van de 664 deelnemers die werden uitgenodigd de enquête in te vullen, heeft 30% dat gedaan. Dit is een goede score, die betekent dat de resultaten representatief zijn voor de deelnemerspopulatie. De meeste respondenten kwamen uit België.

Specifieke kennis ontbreekt
Vrijwel alle deelnemers vinden pensioen een belangrijke arbeidsvoorwaarde. Van de respondenten vindt 49% de pensioenregeling van DuPont heel goed en 45% vindt dat de regeling zich verhoudt met wat in de markt gebruikelijk is.

Een meerderheid van 62% weet wat de regeling ongeveer biedt, maar specifieke kennis ontbreekt. Zo weet 73% van de respondenten niet wanneer ze zelf actie moet nemen voor het pensioen en 24% heeft geen idee wat straks bij de pensionering het inkomen zal zijn. Er zijn opvallende verschillen tussen Nederland en België. De Belgische deelnemers weten beter wat de keuzes zijn in de pensioenregeling dan hun Nederlandse collega’s. Dit is grotendeels te verklaren doordat de Nederlandse regeling meer keuzes biedt dan het Belgische pensioenplan.

Weet u welke keuzes de pensioenregeling biedt? Nederland België
Dat weet ik goed 7% 15%
Dat weet ik ongeveer 27% 60%
Ik heb geen idee 66% 25%

 

Vertrouwen kan beter
58% van de respondenten vindt het lastig te beoordelen of DEPF zijn of haar pensioenbelang vertegenwoordigt. Daarom is 30% kritisch en 57% neutraal wanneer de vraag gesteld wordt of het pensioen in goede handen is bij DEPF.

Voldoende voor communicatiekenmerken
Het DEPF scoort voldoende rapportcijfers voor de belangrijkste algemene kenmerken van de communicatie-uitingen:
Juistheid:                            6,68
Begrijpelijkheid:               6,42
Tijdigheid:                          6,35
Evenwichtigheid:             6,34

Mening over communicatiemiddelen
Kijkend naar de communicatiemiddelen, heeft 47% nog nooit de website www.depf.eu bezocht, 21% slechts 1 keer en 32% tussen 2 en 10 keer. Van de bezoekers vond 10% precies wat zij zocht, 40% ongeveer en 3% niet. De nationale websites www.mijnpensioenoverzicht.nl en www.mypension.be blijken bij de deelnemers redelijk goed bekend te zijn: 68% had deze sites wel eens bezocht.
Van de respondenten heeft 40% in 2018 een digitale nieuwsbrief geopend. Van de respondenten neemt 66% alleen de hoofdzaken door en 21% leest de nieuwsbrieven aandachtig. Het UPO (Nederland) of de pensioenfiche (België) is door 62% gelezen, waarvan 28% niet langer dan een minuut. 57% begrijpt de informatie grotendeels en 2% niet. Van alle respondenten heeft 10% contact gehad met de helpdesks van RiskCo in Nederland en Aon in België. De overgrote meerderheid van de vragen is tot volle tevredenheid beantwoord.

Aan de slag met aanbevelingen
De Raad van Bestuur is de deelnemers dankbaar voor hun respons en gaat met een aantal aanbevelingen aan de slag. De resultaten geven duidelijk aan dat deelnemers beter moeten weten wanneer ze zelf iets moeten doen voor hun pensioen. Ook moet er gewerkt worden aan het vergroten van het vertrouwen van de deelnemers dat hun pensioen bij het DEPF in goede handen is.  Het fonds zal aan deze thema’s extra aandacht besteden, onder meer door het ontwikkelen van een lijst met veel gestelde vragen en antwoorden (zie ook het aparte artikel hierover in de nieuwsbrief) en het nadrukkelijker promoten van de persoonlijke pensioengesprekken.
De functie van de website van het fonds en de verwachtingen die het bestuur ervan heeft, zullen in 2019 worden geëvalueerd. Begin november 2019 (rond de Nederlandse Pensioen3Daagse) zal het DEPF op verschillende locaties bijeenkomsten voor deelnemers organiseren. Daarin wordt uitleg gegeven over de inhoud van de pensioenregeling, hoe het bestuur het pensioengeld van de deelnemers beheert en welke digitale middelen deelnemers kunnen gebruiken om informatie te verzamelen.