Afdrukken
Na jaren overleg hebben de regering en de organisaties van werkgevers en werknemers in Nederland in juni 2019 een Pensioenakkoord gesloten. Daarin hebben zij afspraken gemaakt over de AOW-leeftijd, de mogelijkheid voor mensen met een zwaar beroep om eerder te stoppen met werken, de aanvullende pensioenen en de pensioenvoorzieningen voor zelfstandigen.

AOW-leeftijd stijgt minder snel
De AOW-leeftijd wordt de komende twee jaar bevroren op het huidige niveau van 66 jaar en vier maanden. Daarna gaat de AOW in stapjes van drie maanden omhoog naar 67 jaar in 2024. Vervolgens vindt koppeling aan de levensverwachting plaats. Bij verhoging van de levensverwachting met een jaar zal de AOW-leeftijd niet meer zoals eerst met een jaar, maar met acht maanden stijgen.

Hieronder het afgesproken schema voor de AOW-leeftijd voor de komende jaren:

2020 66 jaar en 4 maanden
2021 66 jaar en 4 maanden
2022 66 jaar en 7 maanden
2023 66 jaar en 10 maanden
2024 67 jaar

 

Drie jaar eerder pensioen voor werknemers met zwaar werk
Er is lang gesproken over mogelijkheden voor mensen met een zwaar beroep om eerder met pensioen te gaan. Eerder lukte het niet om net zoals in België een lijst met zware beroepen op te stellen. Die komt er ook nu niet. Het is de bedoeling dat werkgevers en werknemers in de cao’s bepalen wie daarvoor kwalificeren. Die werknemers kunnen drie jaar vóór het bereiken van de AOW-leeftijd met pensioen gaan. Om eerder stoppen met werken te ontmoedigen, werd tot nu toe extra belasting (de RVU-boete) geheven als iemand vóór de AOW-leeftijd met pensioen ging. Dat wordt vanaf 2021 tot een bruto jaarsalaris van € 19.000 afgeschaft. Voor het salaris boven die grens geldt de heffing nog wel. Met deze belastingmaatregel moet het makkelijker worden voor werknemers om hun pensioen iets naar voren te halen.

Pensioen wordt minder zeker en doorsneepremie verdwijnt
Voor de pensioenen die werknemers bij hun werkgever opbouwen, zijn er aantal belangrijke veranderingen. Zo worden de pensioenen minder zeker. Daardoor hoeven de pensioenfondsen minder buffers aan te houden en kan het pensioen in goede tijden eerder worden verhoogd. Keerzijde is dat er eerder kortingen kunnen voorkomen als het economisch tegenzit.
Een andere belangrijke verandering is dat de doorsneepremie wordt losgelaten. Nu betalen jongeren en ouderen dezelfde pensioenpremie. Jongeren betalen eigenlijk teveel omdat hun premie nog heel lang kan renderen, terwijl ouderen eigenlijk te weinig betalen. In het nieuwe systeem komt de opbouw meteen ten goede aan de eigen pensioenopbouw. Voor jongeren is dat gunstig. Daar moet wel een compensatie voor deelnemers van 40-plus tegenover staan. Over de financiering daarvan wordt nog nader overlegd.
Verder zijn er andere aanpassingen voorzien zoals een meer uniforme aanpak van het nabestaandenpensioen en de mogelijkheid om bij pensionering 10% van het pensioen in één keer te ontvangen.

Geen pensioenplicht voor zzp-ers
Voor het groeiende aantal zzp-ers komt er verplichting om een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. Er komt echter geen verplichting voor hen om een pensioenvoorziening te hebben. Wel zal het makkelijker worden gemaakt dat zzp-ers zich op vrijwillige basis kunnen aansluiten bij een pensioenfonds of andere pensioeninstelling. Ook wordt daarbij gekeken naar mogelijkheden voor een variabele premie-inleg om rekening te houden met het schommelde inkomen van zzp-ers.

Ontwikkelingen volgen
Veel van de plannen dienen nader te worden uitgewerkt. Dat kan nog geruime tijd duren. De Raad van Bestuur van het DEPF volgt alle ontwikkelingen op de voet.