Afdrukken

Na veel discussies in het land en lange onderhandelingen tussen de regering en de vakbonden is er in België een akkoord bereikt over een lijst van zware beroepen. Wie in een beroep werkt dat op deze lijst staat, mag straks twee tot zes jaar eerder met pensioen, maar nooit eerder dan op 60-jarige leeftijd.

In België mogen werknemers nu met 65 jaar met pensioen. In 2025 gaat de pensioenleeftijd omhoog naar 66 jaar en in 2030 naar 67 jaar. In Nederland gaat de verhoging sneller. De leeftijd voor de AOW, het Nederlandse staatspensioen, is nu 66 jaar en gaat in 2021 naar 67 jaar. Daar is veel discussie over. Ook in Nederland klinkt de roep naar een uitzondering voor mensen in een zwaar beroep, die vaak op jonge leeftijd zijn begonnen te werken en na hun pensionering minder gezonde jaren kennen dan andere werknemers.

In België is daar nu een – zwaar bevochten – akkoord over bereikt. Op de lijst staan beroepen als postbode, treinbestuurder, vuilnisophaler, verpleger, cipier en buschauffeur. Ook agenten, militairen en brandweermannen komen voor de pensioenvervroeging in aanmerking. Het is opvallend dat alle leraren uit het kleuter-, lager, en middelbaar onderwijs wel op de lijst staan, maar dat docenten in het hoger onderwijs erbuiten vallen.

Bij de beoordeling van wat al dan niet een zwaar beroep is, telden vier criteria: de zwaarte van het werk, onregelmatige uren, de veiligheidsrisico’s en de hoeveelheid stress. Op elke periode waarin iemand een zwaar beroep heeft uitgeoefend, worden coëfficiënten toegepast.