Pensioenregeling Genencor Nederland

Wat krijgt u in deze pensioenregeling?

Ouderdomspensioen
Via uw werkgever neemt u deel in de pensioenregeling van de sectie Genencor Nederland van het DEPF en bouwt u ouderdomspensioen op. Dat ouderdomspensioen gaat in als u 67 jaar wordt. Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt.

Hoeveel pensioen u straks ontvangt van het DEPF is vooral afhankelijk van de hoogte van het salaris dat u heeft verdiend, de inhoud van de pensioenregeling waaraan u deelneemt en het aantal jaren dat u deelneemt. Het ouderdomspensioen wordt vanaf uw 67e jaar, of een andere door u gekozen pensioendatum, maandelijks uitbetaald, zolang u leeft. De hoogte van het ouderdomspensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

De pensioenregeling waaraan u deelneemt is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouwt u pensioen op over een deel van het bruto loon dat u in dat jaar heeft verdiend. Het bruto jaarloon dat voor de pensioenberekening meetelt is 12 maal het maandsalaris per 1 januari, vermeerderd met de vakantietoeslag en de bonus die in de voorgaande 12 maanden hebt ontvangen. U bouwt niet over uw hele bruto loon pensioen op. Het DEPF houdt namelijk al rekening met de AOW, die u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt heet ‘franchise’. De franchise wordt elk jaar vastgesteld en is in 2019 gelijk aan € 13.785.

Over het bruto loon minus de franchise bouwt u jaarlijks 1,738% aan ouderdomspensioen op.

Voorbeeld
Laten we dit verduidelijken met een voorbeeld. Stel, u verdient € 54.441 per jaar. Uw pensioengrondslag is dan gelijk aan € 40.656, namelijk uw basissalaris minus de franchise (€ 54.441 – € 13.785). U bouwt in dat jaar 1,738% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag, ofwel € 706,60.

Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering ontvangt, is een optelsom van wat u in al uw deelnemersjaren opbouwt, plus de eventuele indexatie.

Pensioen en deeltijd
Als u in deeltijd werkt, is uw pensioenopbouw gekoppeld aan uw deeltijdpercentage. Als u bijvoorbeeld 60% van een volledig dienstverband werkt, is uw pensioenopbouw ook 60% van wat u bij een volledig dienstverband zou opbouwen. De precieze regels over de inhoud van uw pensioenregeling vindt u in het pensioenreglement. Terug naar laag 1

Partnerpensioen
Zolang u bij uw werkgever in dienst bent en deelneemt in de middelloonregeling, is er voor uw partner een partnerpensioen verzekerd. Het partnerpensioen wordt als u overlijdt aan uw partner uitbetaald en zolang uw partner in leven is.

De hoogte van het pensioen voor uw partner bij uw
overlijden staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Meer informatie vindt u in het pensioenreglement in laag 3.

Let op: er is niet langer automatisch een partnerpensioen voor uw partner als u overlijdt op een moment dat u niet meer bij uw werkgever in dienst bent.

U kunt wél op uw pensioendatum, of bij eerdere uitdiensttreding, een deel van uw ouderdomspensioen laten omzetten naar een partnerpensioen. Dat betekent dat uw ouderdomspensioen dan lager wordt. Daar staat tegenover dat uw partner dan een pensioen van het DEPF krijgt uitbetaald als u overlijdt.

ANW-uitkering
Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan geboren zijn vóór 1950 of een of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), www.svb.nl.

Om te voorkomen dat uw partner na uw overlijden tijdens het dienstverband te maken krijgt met een inkomensterugval omdat geen recht bestaat op een ANW-uitkering van de overheid heeft uw werkgever een collectieve ANW-hiaatverzekering afgesloten. De premie voor deze verzekering wordt volledig door de werkgever betaald. Terug naar laag 1

Wezenpensioen
Zolang u bij uw werkgever in dienst bent en deelneemt in de middelloonregeling, is er voor uw kinderen een wezenpensioen verzekerd. Het wezenpensioen is 14% van het ouderdomspensioen dat u zou ontvangen als u tot uw pensionering bij het DEPF pensioen zou opbouwen.
Uw kinderen ontvangen wezenpensioen tot ze de leeftijd van 18 jaar bereiken. Zolang ze naar school gaan of studeren ontvangen ze het wezenpensioen tot de leeftijd van 27 jaar.

De hoogte van het wezenpensioen staat vermeld op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Meer informatie over het wezenpensioen kunt u vinden op in het pensioenreglement in laag 3.

Let op: er is niet langer wezenpensioen voor uw kinderen als u overlijdt op een moment dat u meer bij uw werkgever in dienst bent. Terug naar laag 1

Voortzetting pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid
Als u langdurig arbeidsongeschikt wordt, heeft u recht op voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u voor het gedeelte waarvoor u arbeidsongeschikt bent, daar zelf nog premie voor betaalt. De (gedeeltelijke) vrijstelling van premiebetaling is gebaseerd op de volgende zes klassen van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA):

Bij een mate van arbeidsongeschiktheid van bedraagt de voorzetting van de pensioenopbouw
0 tot 35% 0%
35 tot 45% 40%
45 tot 55% 50%
55 tot 65% 60%
65 tot 80% 72,5%
80% of meer 100%

De pensioenopbouw wordt gebaseerd op de pensioengrondslag zoals die gold toen u ziek werd. Indien u in deeltijd werkte, geldt het deeltijdpercentage op het moment dat u ziek werd. De pensioengrondslag stijgt vervolgens jaarlijks met het percentage waarmee de pensioenen van slapers en pensioengerechtigden verhoogd worden. De pensioenopbouw gaat door zolang u (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt in de zin van de WIA bent, maar uiterlijk tot uw pensioendatum.

Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid voor uw pensioen in kaart brengt.

U dient ons bij iedere wijziging van uw arbeidsongeschiktheidspercentage hierover te informeren. Terug naar laag 1

Pensioenreglement
Wilt u precies weten wat onze pensioenregeling u biedt? Klik dan door naar het pensioenreglement in laag 3. Terug naar laag 1

Wat krijgt u in deze pensioenregeling niet?

Geen arbeidsongeschiktheidspensioen
Bij arbeidsongeschiktheid betaalt uw werkgever de eerste twee jaar uw inkomen door. Daarna komt u in aanmerking voor een WGA- of IVA-uitkering. De hoogte van deze uitkering is maximaal 70 procent van uw laatstverdiende inkomen tot de WIA loongrens van € 55.927 per jaar (in 2019).

Als uw salaris hoger is dan deze WIA loongrens, krijgt u van het DEPF geen aanvullend arbeidsongeschiktheids-pensioen.

Let op: Om de terugval in uw inkomen bij arbeidsongeschiktheid te beperken, heeft uw werkgever een WGA-hiaatverzekering en een WIA excedent-verzekering afgesloten. Met deze verzekeringen wordt uw inkomen na twee jaar ziekte voor maximaal 70% aangevuld. De premie voor deze verzekeringen wordt volledig door de werkgever betaald. Terug naar laag 1

Geen pensioenopbouw boven € 107.593
De opbouw van pensioen gaat over een salaris tot maximaal € 107.593 (niveau 2019) per jaar. Heeft u een hoger salaris? Dan bouwt u over het deel boven € 107.593 geen pensioen op bij het DEPF. Terug naar laag 1

Hoe bouwt u pensioen op?

a. AOW: dit pensioen krijgt u van de overheid
De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid. U bouwt in 50 jaar AOW op. U bouwt alleen AOW op als u in Nederland woont en/of werkt. Op welke leeftijd u AOW krijgt, hangt af van uw geboortedatum. De AOW-leeftijd stijgt namelijk de komende jaren. Ook de hoogte is niet voor iedereen gelijk. De AOW-bedragen worden ieder jaar aangepast. Informatie over de AOW en uw AOW-leeftijd vindt u op www.svb.nl.

Let op: heeft u niet altijd in Nederland gewoond of gewerkt? Dan kan uw AOW lager uitvallen.

b. Het pensioen dat u via uw werk opbouwt
Hoeveel pensioen u opbouwt via de regeling van uw werkgever, ziet u op uw Uniform Pensioen Overzicht (UPO). Dit krijgt u ieder jaar van ons. Wilt u een overzicht van de pensioenen die u bij uw huidige werkgever en eventuele eerdere werkgevers heeft opgebouwd? Kijk dan op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Hier vindt u ook informatie over de AOW.

c. De pensioenaanvulling waar u zelf voor zorgt
U kunt zelf een aanvulling regelen op uw AOW en het pensioen dat u opbouwt via uw werkgever. Er zijn verschillende manieren om uw pensioen aan te vullen. Bijvoorbeeld via banksparen of door een verzekering – zoals een lijfrente – af te sluiten. Of u dat nodig vindt, hangt af van uw financiële en persoonlijke situatie. Een financieel adviseur kan u helpen bij het maken van keuzes. U kunt ook kijken naar de pensioenschijf van vijf op de website van het Nibud, www.nibud.nl. Terug naar laag 1

U bouwt pensioen op in een middelloonregeling
Ieder jaar bouwt u pensioen op over een deel van het bruto loon dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele bruto loon pensioen op. In de pensioenregeling wordt namelijk rekening gehouden met de AOW die u van de overheid ontvangt als u met pensioen gaat. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’.

Over uw bruto loon minus de franchise bouwt u jaarlijks 1,738% aan pensioen op. Het totale pensioen dat u zo opbouwt, is een optelsom van wat u in al uw deelnemersjaren opbouwt, plus de eventuele indexatie. Vanaf uw pensioendatum ontvangt u het pensioen elke maand zolang u leeft. Dit heet een middelloonregeling. Terug naar laag 1

Opbouwpercentage
U bouwt jaarlijks een deel van uw uiteindelijke pensioen op. Dat doet u niet over uw hele bruto jaarloon. Over de eerste € 13.785 bouwt u in 2019 geen pensioen op. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. De franchise wordt elk jaar vastgesteld.

Over het bruto loon minus de franchise bouwt u jaarlijks 1,738% aan ouderdomspensioen op.

Voorbeeld
Laten we dit verduidelijken met een voorbeeld. Stel, u verdient € 54.441 per jaar. Uw pensioengrondslag is dan gelijk aan € 40.656, namelijk uw basissalaris minus de franchise (€ 54.441 – € 13.785). U bouwt in dat jaar 1,738% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag, ofwel € 706,60.

Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering ontvangt, is een optelsom van wat u in al uw deelnemersjaren opbouwt, plus de eventuele indexatie.

Pensioen en deeltijd
Als u in deeltijd werkt, is uw pensioenopbouw gekoppeld aan uw deeltijdpercentage. Als u bijvoorbeeld 60% van een volledig dienstverband werkt, is uw pensioenopbouw ook 60% van wat u bij een volledig dienstverband zou opbouwen. De precieze regels over de inhoud van uw pensioenregeling vindt u in het pensioenreglement. Terug naar laag 1

U en uw werkgever betalen beiden voor uw pensioen
U betaalt elke maand premie voor uw pensioen. Uw werkgever doet dat ook. In feite is de premie de prijs van uw pensioen. De pensioenpremie wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld.

U betaalt zelf een vaste eigen bijdrage van 5% van uw pensioengrondslag. Dat is uw bruto pensioensalaris min de franchise van € 13.785 (in 2019). De premie die u zelf betaalt, ziet u terug op uw loonstrook.

Uw werkgever betaalt de resterende premie. Dit is verreweg het grootste deel van de totale premie. De premie die uw werkgever betaalt staat niet op uw loonstrook, maar kunt u wel teruglezen in het jaarverslag in laag 3. In ons jaarverslag vindt u ook informatie over de kosten van de pensioenregeling. Terug naar laag 1

Welke keuzes heeft u?

Andere werkgever en waardeoverdracht
Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat vraagt u aan bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder.

Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij het DEPF en wordt het vanaf uw 67e jaar, of een andere door u gekozen pensioendatum, aan u uitbetaald.

Als u van werkgever verandert, betaalt u geen premie meer aan het DEPF en gaat u verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever. Terug naar laag 1

Pensioenregelingen vergelijken
Wilt u uw pensioenregeling vergelijken? Klik door naar de pensioenvergelijker. Terug naar laag 1

Ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen
Als u met pensioen gaat of eerder met ontslag gaat, dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen. Er is niet langer automatisch een partnerpensioen voor uw partner als u overlijdt op een moment dat u niet meer bij uw werkgever in dienst bent. Door inruil ontvangt u een lager ouderdomspensioen, maar uw partner krijgt wel een pensioen van het DEPF als u komt te overlijden.

Let op: u kunt uw keuze voor inruil alleen maken op uw pensioendatum of bij eerder ontslag! Als u op de pensioendatum eenmaal gekozen heeft om wel of niet te ruilen kan het daarna niet meer ongedaan worden gemaakt. Meer informatie over het ruilen van pensioen is te vinden in het pensioenreglement in laag 3. Terug naar laag 1

Als u gedeeltelijk met pensioen gaat
In plaats van ineens met pensioen te gaan op uw 67e kunt u er ook voor kiezen om een deel van uw pensioen eerder in te laten gaan. Dit kan vanaf 55 jaar. Dat betekent wel dat het deel van het ouderdomspensioen dat u eerder laat ingaan lager wordt. Gedeeltelijk met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt gedeeltelijk en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. Voor het deel dat u doorwerkt bouwt u nog wel pensioen op.

U kunt er in overleg met uw werkgever ook voor kiezen om na uw 67e gedeeltelijk langer door te werken. U kunt dan een deel van uw pensioen in laten gaan op uw 67e. Het uitbetalen van het andere deel van uw ouderdomspensioen kan worden uitgesteld totdat u volledig met pensioen gaat. Voor het deel dat u later met pensioen gaat, wordt uw opgebouwde ouderdomspensioen verhoogd. Kijk voor de voorwaarden voor het uitstellen van pensioen in het pensioenreglement. pensioenreglement. Terug naar laag 1

Pensioen vervroegen of uitstellen
In plaats van met pensioen te gaan op uw 67e kunt u er in overleg met uw werkgever voor kiezen om langer door te werken. Als u dat wilt, kan het uitbetalen van het ouderdomspensioen worden uitgesteld totdat u echt met pensioen gaat. Uw pensioen wordt daardoor hoger. Als u later met pensioen gaat, wordt de pensioenopbouw voortgezet als u doorwerkt. Kijk voor de voorwaarden voor het uitstellen van pensioen in het pensioenreglement.

U kunt er ook voor kiezen om uw pensioen eerder in te laten gaan dan op uw 67e. Dat betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt eerder en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. U moet er ook rekening mee houden dat de AOW wellicht later ingaat dan uw vervroegde pensioen. Als u het pensioen méér dan vijf jaar voor het bereiken van uw AOW-leeftijd wilt laten ingaan, moet de dienstbetrekking beëindigd zijn. Kijk voor de voorwaarden voor het vervroegen van pensioen in het pensioenreglement, of neem contact met ons op. Kijk op www.svb.nl om te zien wanneer uw AOW ingaat. Terug naar laag 1

Eerst hoger en daarna lager pensioen
U kunt de keuze maken om eerst een paar jaar een hoger ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een lager ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment is uw ouderdomspensioen lager dan het oorspronkelijk levenslange ouderdomspensioen.

Eerst lager en daarna hoger pensioen
U kunt ook de keuze maken om eerst een paar jaar een lager ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een hoger ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment heeft u bij deze keuze een hoger ouderdomspensioen dan het oorspronkelijke levenslange ouderdomspensioen.

AOW-compensatie
Naast de bovengenoemde mogelijkheden kunt u – als u ervoor kiest om eerder met pensioen te gaan – uw pensioen zodanig variëren dat u vanaf de pensioendatum tot de start van uw AOW een extra pensioenuitkering ontvangt van maximaal twee maal de hoogte van de AOW-uitkering. Na de AOW-leeftijd wordt uw levenslange pensioen dan lager.

Let op: het variëren van de pensioenhoogte is een eenmalige keuze! Als u hier eenmaal voor gekozen heeft, kan het niet meer ongedaan worden gemaakt.

Bij het variëren van de pensioenhoogte mag de lagere uitkering niet minder dan 75% van de hogere uitkering bedragen. U dient uw keuze minstens 4 maanden voor de gewenste pensioendatum aan te vragen. Kijk voor meer informatie en de overige voorwaarden in het pensioenreglement in laag 3. Terug naar laag 1

Wilt u alle keuzemogelijkheden zien? Alle overige keuzes bij persoonlijke gebeurtenissen (bijvoorbeeld ontslag en pensionering) vindt u in laag 2 van uw Pensioen 1-2-3. De voorwaarden van de keuzes vindt u in het pensioenreglement in laag 3. Terug naar laag 1

Hoe zeker is uw pensioen?

Welke risico’s zijn er?
De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf de start van de opbouw tot de laatste pensioenuitbetaling kan wel eens 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen. Het DEPF voert een beleid waarbij het alle mogelijke risico’s zo goed mogelijk in kaart probeert te brengen en die risico’s zo veel mogelijk probeert te beheersen. Toch kunnen er onverwachte, heftige ontwikkelingen zijn die mogelijk kunnen leiden tot een tekort zodat het DEPF maatregelen moet treffen om dit tekort op te heffen. Klik hier voor meer informatie over die maatregelen.

Pensioenfondsen proberen voorbereid te zijn op de risico’s die uw pensioen kunnen bedreigen. In het verleden is dat niet altijd goed gegaan. Bijvoorbeeld door de snelle stijging van de levensverwachting. Die stijging is namelijk groter dan de stijging waarmee rekening is gehouden. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. Het DEPF moet dan meer geld hebben dan waar eerst op werd gerekend.

De rente beïnvloedt de waarde van pensioenen. Pensioenuitvoerders maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente is, hoe meer geld het DEPF ‘in kas’ moet hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente langdurig laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duurder.

Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt het DEPF ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken. Een pensioenuitvoerder kan beleggingsrisico’s ook afdekken. Daar zijn wel kosten aan verbonden.

Er zijn nog meer risico’s waar het DEPF rekening mee moet houden om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen. Het DEPF moet die risico’s dus letterlijk ‘managen’. Meer informatie over het risicomanagement en het beleggingsbeleid van het DEPF vindt u in de jaarverslagen. Terug naar laag 1

Welvaartsvast pensioen
Normaal gesproken wordt geld elk jaar iets minder waard. U kunt met hetzelfde bedrag in 2019 iets minder kopen dan in 2018. Dat heet ‘inflatie’. Vanwege de inflatie wordt uw opgebouwde pensioen tijdens uw dienstverband jaarlijks geïndexeerd. Dat wil zeggen dat het opgebouwde pensioen jaarlijks wordt verhoogd met de stijging van de lonen. Wij noemen dit een welvaartsvast pensioen.

Het DEPF voert uw pensioenregeling uit met ingang van 1 januari 2017. De percentages van de jaren 2013-2015 zijn afkomstig van Stichting Pensioenfonds Chemours Nederland, de vorige uitvoerder. Sinds 2018 is de loonindex van het Bureau voor de Statistiek de maatstaf voor de indexatie van de actieve deelnemers.

Jaar Indexatie Stijging van de lonen
2017 1,65% 1,65%
2016 2,80% 2,80%
2015 2,00% 2,00%
2014 3,00% 3,00%
2013 1,75% 1,75%

Terug naar laag 1

Waardevast pensioen
Normaal gesproken wordt geld elk jaar iets minder waard. U kunt met hetzelfde bedrag in 2019 iets minder kopen dan in 2018. Dat heet ‘inflatie’. Vanwege de inflatie probeert het pensioenfonds uw opgebouwde pensioen na uw pensionering of uitdiensttreding jaarlijks te indexeren. Dat wil zeggen dat het opgebouwde pensioen jaarlijks meegroeit met de stijging van de prijzen. Wij noemen dit een waardevast pensioen. Indexeren kan alleen als de financiële situatie van de sectie Genencor Nederland van het DEPF goed genoeg is.

Het lukt niet altijd om de pensioenen mee te laten groeien met de stijging van de prijzen. Als het financieel tegenzit, kan het zo zijn dat het pensioenfonds niet of niet volledig kan indexeren. Dat betekent dan dat uw pensioen minder waard wordt. Als het daarna financieel meezit, kan het pensioen eventueel extra worden geïndexeerd om koopkracht te herstellen.

Het DEPF voert uw pensioenregeling uit met ingang van 1 januari 2017. De percentages van de jaren 2013-2015 zijn afkomstig van Stichting Pensioenfonds Chemours Nederland, de vorige uitvoerder.

Jaar Stijging van de prijzen Indexatie
2017 1,33% 1,49% (incl. 0,16% inhaaltoeslag)
2016 0,42% 0,26%
2015 0,57%  0,33%
2014 1,05% 1,05%
2013 1,56% 1,26%

Terug naar laag 1

Als er een tekort is
Het kan gebeuren dat het DEPF ondanks alle voorzorgen toch geld tekort komt om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen uitbetalen. In dat geval moet het DEPF de toezichthouder daarvan op de hoogte stellen. Er moet dan een herstelplan worden gemaakt met maatregelen die ertoe leiden dat het tekort wordt opgelost.

Bij een tekort zullen de pensioenen na uitdiensttreding of pensionering niet of niet volledig geïndexeerd worden en de pensioenpremie zal worden verhoogd. Als het tekort vijf jaar aanhoudt, dan heeft de werkgever een bijstortingsverplichting.

Slechts in de uitzonderlijke situatie dat de werkgever niet meer bestaat én de pensioenverplichtingen niet worden overgenomen door een derde partij, kan uw opgebouwde pensioen of uw pensioenuitkering worden verlaagd. Terug naar laag 1

Welke kosten maken wij?

Het DEPF maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de administratie. Daar vallen de kosten voor de uitbetaling van de pensioenen en het innen van de premies onder. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en onderhouden van de website en het verzenden van het Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Verder heeft het pensioenfonds adviseurs en wordt het jaarverslag gecontroleerd door een accountant en een actuaris.

Alle hiervoor genoemde kosten worden betaald door uw werkgever, via een opslag op de premie. Hierdoor komen deze kosten niet ten laste van het vermogen van het pensioenfonds.

Daarnaast zijn er de kosten om het vermogen te beheren. Beleggen van het vermogen kost geld. Wij betalen bijvoorbeeld de partijen waaraan wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties. De kosten om het vermogen te beheren betaalt het DEPF zelf en komen ten laste van het rendement van het pensioenfonds.

In het jaarverslag vindt u meer informatie over de kosten van het pensioenfonds. Terug naar laag 1

Wanneer moet u in actie komen?

Als u verandert van pensioenuitvoerder
Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat doet u bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder. Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij het DEPF en wordt het vanaf uw 67e aan u uitbetaald. U betaalt geen premie meer aan het DEPF en gaat verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever. Terug naar laag 1

Als u arbeidsongeschikt wordt
Als u  langdurig arbeidsongeschikt wordt, heeft u recht op voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u dat u zelf nog premie betaalt voor het gedeelte dat u arbeidsongeschikt bent. Vanaf een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35% heeft u recht op gedeeltelijke premievrije voortzetting van de pensioen-opbouw volgens de zes klassen van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Als u meer dan 80% arbeids-ongeschikt bent, heeft u recht op volledige premievrije voortzetting van uw pensioenopbouw.

Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid voor uw pensioen in kaart brengt.

U dient ons bij iedere wijziging van uw arbeidsongeschiktheidspercentage hierover te informeren. Terug naar laag 1

Als u gaat trouwen, samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat
Trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan is voor uw pensioenregeling hetzelfde. U moet dan goed op uw Uniform Pensioenoverzicht kijken op welk partnerpensioen uw partner bij uw overlijden recht heeft. Vindt u dat het partnerpensioen bij het pensioenfonds, tezamen met eventuele andere pensioenregelingen, te laag is, zorg dan dat u iets extra’s regelt. Uw partner heeft alleen recht op partnerpensioen als u vóór de pensioendatum bent getrouwd of een (geregistreerd) partnerschap bent aangegaan.

Let op: als u ongehuwd samenwoont, heeft uw partner niet automatisch recht op partnerpensioen bij uw overlijden. Om uw partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen, bijvoorbeeld een notarieel samenlevingscontract hebben. Een kopie van dat contract moet u opsturen naar het DEPF. Kijkt u voor de exacte voorwaarden in het pensioenreglement pensioenreglement of neem contact met ons op. Terug naar laag 1

Als u gaat scheiden of uw geregistreerd partnerschap beëindigt
Uw ex-partner heeft recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u opbouwde tijdens het huwelijk / de periode van het geregistreerd partnerschap. U kunt met uw ex-partner afwijkende afspraken maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant.

Om ervoor te zorgen dat de ex-partner een deel van het ouderdomspensioen ontvangt, moet u of uw ex-partner binnen twee jaar de pensioenuitvoerder op de hoogte stellen van de scheiding en de eventuele afwijkende afspraken.

Let op: het recht op een deel van het ouderdomspensioen geldt niet voor ongehuwd samenwonenden. Ongehuwd samenwonenden moeten zelf afspraken maken over de verdeling van het pensioen.

Uw ex-partner heeft ook recht op het partnerpensioen voor zover u dat bij uitdiensttreding door inruil van ouderdomspensioen hebt verkregen. Voor het recht op het partnerpensioen hoeft u niets te doen. Tenzij uw ex-partner afstand doet van het recht, dan moet u het pensioenfonds wel informeren.

Let op: ook ongehuwd samenwonenden kunnen recht hebben op het partnerpensioen.

Kijk voor meer informatie op in het pensioenreglement in laag 3, of neem contact met ons op. Terug naar laag 1

Als u verhuist naar het buitenland
Meld dit aan uw pensioenuitvoerder en bespreek wat de gevolgen zijn voor uw pensioen. Informatie over de gevolgen voor de AOW vraagt u aan bij de Sociale Verzekeringsbank. Of kijk op www.svb.nl.

Let op: ook als u binnen het buitenland verhuist, moet u het DEPF daarover informeren. Terug naar laag 1

Als u werkloos wordt
Als u werkloos wordt, stopt de pensioenopbouw. Zolang u een WW-uitkering ontvangt, blijft het partnerpensioen op risicobasis verzekerd voor u. Kijk voor informatie over de voorwaarden naar het pensioenreglement in laag 3.

Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw werkloosheid voor uw ouderdomspensioen en voor het partnerpensioen en wezenpensioen in kaart brengt. Terug naar laag 1

Als u meer of minder gaat werken
Als u fulltime werkt en u minder gaat werken, heeft dat gevolgen voor uw pensioenbouw. Dat is ook het geval als u nu parttime werkt en meer uren gaat werken. Gaat u bijvoorbeeld van een fulltime dienstverband naar een dienstverband van 50%, dan wordt uw pensioenopbouw ook 50% van wat u op basis van een fulltime dienstverband zou opbouwen. Werkte u eerst voor 40% en gaat u later 80% werken, dan gaat de deeltijdfactor van uw pensioenopbouw dus omhoog van 40% naar 80%. Als u minder gaat werken, moet u zich er dus goed van bewust zijn dat u dan minder pensioen opbouwt dan eerst. Terug naar laag 1

Mijnpensioenoverzicht.nl
Bekijk minstens eens per jaar hoeveel pensioen u in totaal heeft opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl. De informatie op deze website is niet actueel. Wij raden u aan om er goed op te letten tot welke datum de gegevens bijgewerkt zijn. Terug naar laag 1

Als u gebruik wilt maken van een keuzemogelijkheid
De keuzemogelijkheden vindt u onder ‘Welke keuzes heeft u zelf?’.

Let op: een gemaakte keuze kan niet meer worden teruggedraaid. Laat u dus goed informeren voor u kiest. Terug naar laag 1

Neem contact met ons op als u vragen heeft of gebruikmaakt van de actie- en/of keuzemogelijkheden. Telefoon: + 31 (0)88 – 980 04 12

E-mail: pension.depf@riskcoadministrations.com
Brief: DuPont European Pension Fund
p/a RiskCo Administrations B.V.
Postbus 7007
5605 JA  EINDHOVEN

Terug naar laag 1

Benieuwd naar uw totale pensioen? Kijk op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Meer weten over uw pensioen? Klik op de koppen of de iconen voor laag 2 en laag 3 van het Pensioen 1-2-3.