Toelichting pensioenregeling

Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste punten van het pensioenplan van de sectie DuPont België. Het te bereiken doelplan is enkel van toepassing op werknemers die in dienst zijn getreden vóór 1 oktober 2006. Deze samenvatting heeft geen juridische waarde. Enkel de officiële tekst van het pensioenreglement is rechtsgeldig.

Inleiding

Om een goed inzicht te krijgen in hetgeen het pensioenplan voorziet, wordt aangeraden om de tekst die volgt grondig door te nemen. Eventuele bijkomende vragen kunnen worden voorgelegd aan CallHR of de lokale HR-afdeling. De officiële tekst van het pensioenreglement, die dient als basistekst voor de interpretatie van de bepalingen, vindt u in het menu rechts op deze pagina, onder ‘Downloads’.

Het pensioenplan voorziet in:

  • een pensioenkapitaal als aanvulling op het wettelijk pensioen;
  • een weduwen- of weduwnaarsrente of overlijdenskapitaal;
  • een wezenrente;
  • een invaliditeitsrente.

Het te bereiken doel pensioenplan van DuPont de Nemours (Belgium) trad voor het eerst in werking op 1 april 1962. Het werd sindsdien verschillende malen herzien en verbeterd. Met ingang van 1 oktober 2006 zijn er geen nieuwe aansluitingen meer mogelijk aan dit pensioenplan. Vanaf 1 februari 2015 wordt het pensioenplan beheerd binnen het DuPont Europees Pensioenfonds OFP, waar dit voorheen bij verzekeraar AG Insurance was.

Wanneer wordt het pensioenkapitaal uitgekeerd?

Sinds 1 januari 2016 kan u het pensioenkapitaal van uw pensioenplan in principe maar opnemen bij de start van uw wettelijk (vervroegd) pensioen. Hierop zijn echter een aantal uitzonderingen voor werknemers die uit dienst gegaan zijn.

Vervroegde opname voor werknemers die uit dienst gegaan zijn is mogelijk:

  • vanaf de datum waarop voldaan is aan de voorwaarden om het vervroegd wettelijk rustpensioen als werknemer op te nemen zonder dat dit vervroegd wettelijk pensioen ook effectief opgenomen wordt, of;
  • afhankelijk van de leeftijd (geboren vóór 1962):

–  60 jaar voor wie geboren is vóór 1959 (in 2016 worden zij 58 jaar of meer);
–  61 jaar voor wie geboren is in 1959 (in 2016 worden zij 57 jaar);
–  62 jaar voor wie geboren is in 1960 (in 2016 worden zij 56 jaar);
–  63 jaar voor wie geboren is in 1961 (in 2016 worden zij 55 jaar).

Op www.mypension.be kunt u uw persoonlijke vroegst mogelijke wettelijke pensioendatum consulteren, alsook een overzicht van uw loopbaanjaren.

Pensioenkapitaal bij vervroegde opname

Bij uitdiensttreding met het oog op vervroegde pensionering of vervroegde opname onder SWT zal het pensioenkapitaal worden betaald volgens dezelfde regels als deze die gelden voor het normale ouderdomspensioen op 65 jaar.

Indien u geboren bent vóór 1 januari 1962 gebeurt dit zonder vermindering voor de vervroegde opname van het kapitaal (d.w.z. vóór 65 jaar). Uiteraard zal het berekende pensioenkapitaal wél proportioneel verminderd worden door het verminderen van het aantal dienstjaren in vergelijking met de dienstjaren die men zou gehad hebben op 65 jaar.

Deeltijdse tewerkstelling

Bij deeltijdse tewerkstelling zal het aantal jaren van deelname aan het plan bepaald worden door de effectief gewerkte perioden.

Veronderstel dat een aangeslotene gedurende 6 jaren voltijds heeft gewerkt en gedurende 10 jaren 50%. Dan worden alle pensioenberekeningen gebaseerd op een deelname van 11 jaar.

(6 jaar x 100%) + (10 jaar x 50%) = 6 jaar + 5 jaar = 11 jaar.

Verder wordt het pensioenkapitaal steeds berekend op een voltijds salaris. De deeltijdse tewerkstelling heeft in de formule dus enkel invloed op het aantal dienstjaren.

Ouderdomspensioen

Het totale ouderdomspensioen zal bestaan uit het wettelijk pensioen, plus het ondernemingspensioen.

Wettelijk pensioen
Het wettelijk pensioenbedrag hangt o.a. af van uw aantal loopbaanjaren (effectief gewerkte of gelijkgestelde periodes) en uw loon ontvangen tijdens uw loopbaanjaren. Een volledig wettelijk pensioen wordt bereikt na een loopbaan van 45 jaar of 14.040 voltijdse dagen.

Zowel de deelnemersjaren als het in aanmerking komende loon tot berekening van het wettelijk pensioen verschillen van werknemer tot werknemer. Daarnaast is het wettelijk pensioen aan voortdurende veranderingen onderhevig. Het is daarom niet mogelijk om het toekomstig wettelijk pensioen nauwkeurig te voorspellen.

Binnenkort kan u zelf een raming maken van uw toekomstig wettelijk pensioen op www.mypension.be. De tool hiervoor wordt later in 2017 verwacht.

Daarnaast ontvangt u automatisch een pensioenraming indien u als werknemer heeft gewerkt en in België verblijft, van zodra u de 55-jarige leeftijd bereikt. Nadat u een automatische raming kreeg op 55 jaar wordt deze jaarlijks herberekend op basis van de recentste loopbaangegevens en kunt u deze raadplegen in www.mypension.be. Vanaf 55 jaar kan u bij de pensioenadministratie van het DEPF ook een raming aanvragen die bijvoorbeeld rekening houdt met andere loopbaankeuzes.

Ondernemingspensioen
Het pensioenplan ‘te bereiken doel’ voorziet, bij leven van de betrokken aangeslotene op de voorziene pensioendatum, in de uitbetaling van een kapitaal. Hoeveel dit pensioenkapitaal bedraagt, hangt af van:

  • de totale periode waarin de aangeslotene heeft deelgenomen aan het pensioenplan (diensttijd);
  • de bezoldiging van de aangeslotene;
  • een pensioenplafond, dat jaarlijks wordt vastgesteld.

Het pensioenkapitaal zal worden berekend volgens de volgende formule:[(1,75% x S x N1) – (50% S £ S1 x N2/40)] x 12,085,

waarbij S = het in aanmerking genomen jaarloon, berekend als het rekenkundig gemiddelde van de 36 beste opeenvolgende basismaandlonen (verhoogd met de shiftpremies) uit de laatste 10 jaar, vermenigvuldigd met 13,9967 voor wat het basismaandloon betreft en met 12,92 voor wat de shiftpremies betreft.

In de voorbeelden die volgen in deze tekst, wordt ervan uitgegaan dat het voltijds jaarloon (S) gelijk is aan 13,9967 keer het gemiddeld maandsalaris van de laatste 36 maanden voor pensionering.

S1 = het toepasselijk pensioenplafond € 54.648,70 (2017)
N1 = het aantal jaren deelname aan het pensioenplan
N2 = idem als N1, doch steeds beperkt tot 40 jaar

S ≤ S1 dient in de formule als volgt gelezen te worden:

–   indien S (het jaarloon) kleiner is dan of gelijk is aan het pensioenplafond, dan wordt S gebruikt;
–   indien S (het jaarloon) groter is dan het pensioenplafond dan wordt het
bedrag van het pensioenplafond (S1) gebruikt.

De gehanteerde pensioenformule is dezelfde voor mannen en vrouwen. Het berekend pensioenkapitaal staat los van de gezinssituatie van de betrokken aangeslotene.

Situatie 1: 40 dienstjaren op 65 jaar

S = gemiddeld € 2.383,60 x 13,9967 = € 33.362,53

S is kleiner dan het pensioenplafond (S1), dus wordt S gebruikt in de formule.
50% van S = € 16.681,27

Het pensioenkapitaal is dan gelijk aan:

[(€ 33.362,53 x 1,75% x 40) – (€ 16.681,27 x 40/40)] x 12,085 = € 80.637,17

Situatie 2: 30 dienstjaren op 65 jaar

S = gemiddeld € 4.000 x 13,9967 = € 55.986,80

S is groter dan het pensioenplafond (S1), dus wordt S1 gebruikt in de formule.
50% van S1=  € 54.648,70 x 0,5 = € 27.234,35

Het pensioenkapitaal is dan gelijk aan:

[(€ 55.986,80 x 1,75% x 30) – (€ 27.234,35 x 30/40)] x 12,085 = € 108.369,91

Kan het pensioenkapitaal omgezet worden in een rente?

Een aangeslotene heeft op het moment van pensionering de keuze om het pensioenkapitaal om te zetten in een rente. De maandelijkse rente zal vastgesteld worden in functie van de factoren die op dat ogenblik op hem/haar van toepassing zullen zijn.

Dekkingen bij overlijden

Afhankelijk van de burgerlijke staat van de aangeslotene en het aantal kinderen ten laste is er een overlijdensdekking voor de begunstigden van de aangeslotenen in dienst van DuPont België.

De uitbetaling van het overlijdenskapitaal zal standaard gebeuren aan de begunstigden in de orde van prioriteit zoals vastgelegd in het pensioenreglement.
De mogelijkheid bestaat evenwel om hiervan af te wijken, door een begunstigde in de derde rang aan te wijzen en/of de voormelde begunstigingsrangorde te wijzigen. U vindt het hiervoor opgestelde wijzigingsformulier in het menu aan de rechterzijde van deze pagina, onder “Downloads”.

De uitbetaling van het overlijdenskapitaal zal standaard gebeuren in de volgende orde van prioriteit:

1° De partner van de werknemer, behalve als op het moment van overlijden:

•  de echtgenoten juridisch gescheiden zijn van tafel en bed; of
•  een gerechtelijke procedure werd opgestart teneinde een echtscheiding te bekomen.

2° Bij ontstentenis, aan de kinderen (hieronder dient te worden verstaan alle wettige, door adoptie gewettigde, geadopteerde of erkende natuurlijke kinderen).  Wanneer één van de kinderen vooroverleden is, (zijnde reeds overleden voor het overlijden van de werknemer), dan komt het deel van dit vooroverleden kind toe aan zijn kinderen.  Bij ontstentenis aan kinderen van het vooroverleden kind, komt zijn/haar deel toe aan de andere kinderen van de aangeslotene per gelijke delen.

3° Bij ontstentenis, aan de begunstigden die door de werknemer werden aangewezen in een ondertekend bijvoegsel.

4° Bij ontstentenis, aan de ouders van de aangeslotene per gelijke delen.  Bij ontstentenis van één van beide, volledig aan de langstlevende ouder.

5° Bij ontstentenis, aan de broers en zussen van de werknemer, per gelijke delen.  Wanneer een broer of zus vooroverleden is, komt zijn of haar deel toe aan de kinderen van de vooroverledene.  Bij ontstentenis van deze kinderen, aan de andere broers of zussen van de aangeslotene, per gelijke delen.

6° Bij ontstentenis, aan het DEPF.

Overlevingsrente voor gehuwde en samenwonende aangeslotenen

Bij overlijden van een gehuwde of samenwonende aangeslotene voorziet het pensioenplan in een maandelijkse overlevingsrente voor degene die op het moment van overlijden de partner van de aangeslotene is.

Bij overlijden van de aangeslotene heeft zijn begunstigde de keuze om de overlevingsrente om te zetten in een eenmalig overlijdenskapitaal.

De overlevingsrente bedraagt 60% van de pensioenformule die wordt gebruikt om het ouderdomspensioen te berekenen, rekening houdend met de diensttijd tot de normale pensioenleeftijd. Er wordt voor de berekening van de overlevingsrente geen rekening gehouden met het rekenkundig gemiddelde van het salaris.

Voor de overlijdensdekking worden ongehuwd samenwonende aangeslotenen (van het andere of van hetzelfde geslacht) gelijkgesteld met gehuwde aangeslotenen, voor zover zij een feitelijk gezin vormen. Onder “samenwonende aangeslotene” wordt verstaan de aangeslotene die met een persoon samenleeft, op voorwaarde dat de aangeslotene dit bewijst aan de werkgever door afgifte van een officieel attest, afgeleverd door een ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeenschappelijke woonplaats.

Het is belangrijk te noteren dat hertrouwen het recht op een overlevingsrente niet aantast.

Stel: een aangeslotene overlijdt op 50-jarige leeftijd na 25 jaar dienst bij de onderneming. Hij zou 40 jaar dienst hebben gehad op 65-jarige leeftijd.

S = € 2.383,60 x 13,9967 = € 33.362,53

S is kleiner dan het pensioenplafond (S1), dus wordt S gebruikt in de formule;
50 % van S  = € 16.681,27

De jaarlijkse overlevingsrente bedraagt dan:

60% x [(€ 33.362,53 x 1,75% x 40) – (€ 16.681,27 x 40/40)] = € 4.003,50 per jaar

Dit overlevingspensioen komt in aanvulling op enig wettelijk pensioen dat de weduwe/weduwnaar ontvangt.

Overlijdenskapitaal voor alleenstaande aangeslotenen

Het pensioenplan voorziet bij overlijden van een alleenstaande aangeslotene de uitkering van een kapitaal gelijk aan:  100 % S + 75% S per kind.

Onder kinderen wordt verstaan :

  1. ieder kind van de aangeslotene en ieder door de aangeslotene geadopteerd, wettelijk erkend of natuurlijk kind (geboren of verwekt) dat wettelijke kinderbijslag geniet. Hieronder vallen bijvoorbeeld de kinderen van een gescheiden aangeslotene die fiscaal ten laste zijn van de ex-partner die elders woont en geen aangeslotene is.
  2. ieder kind dat fiscaal ten laste is van één van de 2 leden van het gezin (in rechte of in feite). Hieronder vallen bijvoorbeeld de kinderen die fiscaal ten laste zijn van de samenwonende partner en de kinderen die de nieuwe echtgeno(o)t(e) van de aangeslotene uit een vroeger huwelijk meebrengt en die fiscaal ten laste zijn.
  3. ieder ander kind waarvoor de aangeslotene wettelijke kinderbijslag geniet. Hieronder vallen bijvoorbeeld ook een neef of petekind dat economisch ten laste is van de aangeslotene (niet fiscaal ten laste vermits een tweedegraads verwantschap), waarvoor de aangeslotene wettelijke kinderbijslag geniet.

Voor de kinderen onder punt (2) en (3) dient een bewijs geleverd te worden in de vorm van een certificaat van domicilie waaruit blijkt dat de betrokken kinderen deel uitmaken van het gezin en op hetzelfde adres wonen. Tevens wordt voor de uitkering van een wezenrente aan kinderen van een samenwonende partner (situatie zoals bedoeld onder punt (2)) vereist dat de samenwonende partner in aanmerking komt voor een overlevingsrente.

Stel: een aangeslotene overlijdt tijdens zijn actieve dienst bij de onderneming. Hij heeft op het moment van overlijden geen partner, maar wel twee kinderen in de zin van het pensioenreglement.

S = € 3.452,90 x 13,9967 = € 48.329,21

Het overlijdenskapitaal ten behoeve van de begunstigden bedraagt dan:

(100% + 2 x 75%) x € 48.329,21 = € 120.823,03

Wezenpensioen

Aan de kinderen ten laste van een overleden aangeslotene zal een wezenrente worden betaald. Normaal zal een dergelijk pensioen worden betaald tot de 18de verjaardag van het kind, maar in geval het kind invalide is of volledig dagonderwijs blijft volgen, zal het wezenpensioen worden uitbetaald tot de 25ste verjaardag. Voor de omschrijving van het begrip “kinderen” verwijzen wij naar de toelichting bij het vorige punt.

Wij verzoeken u er steeds voor te zorgen dat het aantal kinderen dat in uw concreet geval als “ten laste” dient te worden verstaan ook alsdusdanig meegedeeld wordt aan de lokale HR-afdeling.

Een wezenrente wordt uitgedrukt als een percentage van de pensioenformule die wordt gebruikt om het ouderdomspensioen te berekenen. Deze percentages zijn 10% voor iedere halve wees (een wees met één overlevende ouder) en 20% voor volle wezen (een wees zonder overlevende ouders) en kinderen van overladen alleenstaande aangeslotenen (te begrijpen in de ruime zin van het woord, met name alle alleenstaande aangeslotenen die niet als gehuwd of als samenwonend erkend worden door het reglement).

Een wezenpensioen kan niet omgezet worden in een kapitaalsuitkering. Er wordt voor de berekening van het wezenpensioen geen rekening gehouden met het rekenkundig gemiddelde van het salaris.

Stel: een aangeslotene overlijdt op 50-jarige leeftijd na 25 jaar dienst bij de onderneming. Hij laat – naast een weduwe – ook 2 kinderen achter. Hij zou 40 jaar dienst hebben gehad op 65-jarige leeftijd.

S = € 2.383,60 x 13,9967 = € 33.362,53

S is kleiner dan het pensioenplafond (S1), dus wordt S gebruikt in de formule;
50 % van S  = € 16.681,27

Naast de jaarlijkse overlevingsrente, bestemd voor de weduwe, wordt een wezenrente uitbetaald. De wezenrente bedraagt per kind:

10% x [(€ 33.362,53 x 1,75% x 40) – (€ 16.681,27 x 40/40)] = € 667,25 per jaar

Invaliditeitsrente

Een aangeslotene die door ziekte of ongeval in zijn privéleven minstens 25% economisch arbeidsongeschikt wordt, heeft na afloop van de wachttijd van 181 dagen recht op een invaliditeitsrente. Deze rente wordt maandelijks betaald aan het einde van de maand.

De invaliditeitsrente wordt stopgezet:

  •  Zodra de graad van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedraagt;
  •  Bij overlijden van de aangeslotene;
  •  Bij pensionering of startdatum van het stelsel werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT) en ten laatste op de normale pensioenleeftijd.

Deze rente wordt als volgt vastgesteld: 15% x S1 + 70% x S > S1
waarbij S1 = het toepasselijk ZIV-plafond “uitkeringen”, zijnde € 42.404,95 (2017).

Bij partiële arbeidsongeschiktheid of deeltijdse tewerkstelling wordt de invaliditeitsrente proportioneel verminderd. Er wordt voor de berekening van de invaliditeitsrente geen rekening gehouden met het rekenkundig gemiddelde van het salaris.

Stel: een aangeslotene wordt 50% economisch arbeidsongeschikt vanaf 1 januari 2017. Zijn maandloon bedraagt € 3.500. Op 1 juli 2017 is de aangeslotene nog altijd arbeidsongeschikt. Vanaf die datum heeft hij recht op volgende invaliditeitsrente:

(15% x € 42.404,95 + 70% x (€ 48.988,45 – € 42.404,95)) / 12 = € 914,10 per maand,
waarbij S = € 3.500  x 13,9967 = € 48.988,45.

Hoe wordt het pensioenplan gefinancierd?

De kosten van de pensioenregeling worden door de onderneming en de aangeslotenen gezamenlijk gedragen. Aangeslotenen met het arbeidersstatuut betalen evenwel geen persoonlijke bijdrage.

De aangeslotene betaalt 4,7 % op het gedeelte van zijn jaarbezoldiging dat het pensioenplafond (S1) overtreft, waarbij de jaarbezoldiging gelijk is aan 13 keer de bruto maandwedde van de maand april, verhoogd met 12 maal de maandelijkse gemiddelde shiftpremie van het voorbije jaar.

De onderneming betaalt alle verdere bijdragen die nodig zijn om de voordelen beschreven in het pensioenreglement in voorkomend geval te kunnen betalen aan de aangeslotene of zijn begungstigde(n), dus zowel het pensioenkapitaal, de voordelen bij overlijden en de voordelen bij arbeidsongeschiktheid.

De financieringskost voor de onderneming ligt dan ook aanzienlijk hoger dan de werknemersbijdragen.

Bij een maandsalaris van € 2.383,60 bedraagt het jaarloon € 30.986,80 (uitgaande van 13 maanden). Omdat dit bedrag lager is dan S1 (€ 54.648,70) is de persoonlijke bijdrage in dit voorbeeld € 0.

Bij een maandsalaris van € 4.500,00 bedraagt het jaarloon € 58.500,00 (uitgaande van 13 maanden). De persoonlijke bijdrage is in dit voorbeeld gelijk aan:

4,7% * (€ 58.500,00 – € 54.648,70) = 4,7% * € 3851,30 = €181,01 per jaar, ofwel 15,08 € per maand.

Pensioenfiches

Zolang u actief deelnemer bent in het pensioenplan van de sectie DuPont België krijgt u elk jaar een pensioenfiche toegestuurd door het DEPF. In dit pensioenfiche vindt u informatie over:

  • uw reeds opgebouwde pensioenvoordelen;
  • uw toekomstig pensioenkapitaal;
  • de overlijdensdekking;
  • eventuele uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid.

Indien u meer informatie wenst over de pensioenfiche, kunt u terecht bij CallHR of bij de pensioenadministratie van het DEPF. U vindt de contactgegevens in het menu aan de rechterkant van de pagina, onder “Contact”.

Verder kunt u op www.mypension.be ook een overzicht terugvinden van uw rechten in alle aanvullende pensioenplannen die u hebt opgebouwd bij DuPont of uw vroegere Belgische werkgevers.